Leden
Interactief
Actualiteit & columns
Internet steeds belangrijker in strafzaken
| Internet steeds belangrijker in strafzaken |
|
Criminelen worden soms opgepakt dankzij het internet. Ook (doorslaggevend) bewijsmateriaal kan erdoor worden verzameld. Hoe het ook wordt gewend of gekeerd, internet speelt een steeds belangrijkere rol in (strafrechtelijke) rechtszaken. De voorbeelden zijn ten overvloede aanwezig. Blizzard – de maker van World of Warcraft (hierna: WoW) – die besluit om de adresgegevens van een voortvluchtige drugscrimineel en tevens WoW gamer aan de politie te overhandigen. Gewapend en schietend op een YouTube filmpje te zien zijn en vervolgens gearresteerd worden. Een ISP die de gegevens van een internetpedofiel, die zich voordeed als de winnaar van het Junior Songfestival, verstrekt aan de politie. Een ontsnapte gevangene die zijn Facebook account update. Al deze feiten hebben zich in ca. 1 maand afgespeeld. Wat tijdens de andere 11 maanden is gebeurd laat ik over aan de verbeelding. Dit laat onweerlegbaar zien dat internet een steeds grotere stempel drukt op de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Een trend die (m.i.) zal toenemen gezien het feit dat er steeds meer wordt gesurft door steeds meer mensen. In deze bijdrage meer over de opgesomde voorbeelden. Blizzard verstrekt gegevens van crimineel De Amerikaanse politie heeft onlangs een voortvluchtige drugscrimineel, Alfred H., weten te arresteren met de hulp van Blizzard. De crimineel vluchtte het land uit, maar één van zijn gewoontes kon hij niet afleren. Ik heb het niet over de drugshandel, maar over zijn World of Warcraft activiteiten. In Canada ging de verdachte ongehinderd verder met het online spel. De politie – die hiervan op de hoogte was – verzocht Blizzard om zijn adresgegevens te verstrekken. De ontwikkelaar van de MMORPG is echter niet verplicht gegevens te verstrekken vanwege het privacyrecht van haar klanten. Aanvankelijk leek het erop dat ze dit dan ook niet zouden doen, maar na 4 maanden ging Blizzard toch overstag. De gebruikersnaam, het IP-adres en het factuuradres werden overhandigd. De verdachte is in Canada ingerekend en wordt binnenkort uitgeleverd aan Amerika. (Bron: Nu.nl) Uit dit eerste voorbeeld blijkt dat niet alleen ISP’s, maar ook entertainmentbedrijven als Blizzard nuttige gegevens kunnen bieden aan de politie. Gegevens die zelfs kunnen leiden tot de aanhouding van de vermoedelijke dader. Van belang is dat niet te snel wordt besloten om gegevens van online gamers te verstrekken. Er moet eerst een afweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van het voorkomen of bestrijden van een misdrijf en anderzijds het privacyrecht van de klant. Als de verdenkingen jegens de vermeende – in de zin van het staat ter discussie – dader te gering zijn, dan Schietende YouTuber Wat dichter bij huis heeft een 17-jarige Oosterhouter zichzelf gewapend en schietend op het internet geplaatst. De militaire exercitie vond plaats in de achtertuin in de wijk Dommelbergen (Noord-Brabant). Nadat de politie op het filmpje stuitte is de verdachte opgepakt en is het YouTube filmpje van het internet verwijderd, althans van YouTube. Het wapen bleek echter nep te zijn, maar dat doet aan de strafbaarheid van het handelen niet af. Waar het om gaat is de vraag of er met het nepwapen gedreigd kan worden. Aangezien een nepwapen doorgaans (van een afstand) niet is te onderscheiden van een echt exemplaar, kan er net zo effectief mee worden gedreigd. Daarom zijn nepwapens in Nederland verboden. Een nepwapen is ook een wapen dat feitelijk als aansteker dient. De kleur en de grootte zijn niet van belang, zelfs als het felrood is. Het gaat om de vorm en de afmeting. (Bron: Nu.nl) I.c. heeft de verdachte de politie geholpen door het bewijsmateriaal online te zetten. Overigens was de steekvlam die telkens uit de loop verscheen bij een schot in het filmpje gemonteerd. Dat doet vragen rijzen: wat als het pistool ook is geanimeerd en het filmpje vervolgens wordt gebruikt om iemand te bedreigen? Het lijkt me dat de politie ook dan bevoegd is om de huiszoeking en arrestatie te verrichten, ondanks dat er geen vuurwapen is. Het gaat immers om de dreiging. Met een virtueel vuurwapen kan net zo goed iemand het stuipen op het lijf worden gejaagd, mits het er realistisch uit ziet. Winnaar Junior Songfestival was internetpedofiel Een 68-jarige zedendelinquent heeft zich op MSN voorgedaan als de winnaar van het Junior Songfestival, Ralf Mackenbach. De internetpedofiel heeft contact opgezocht met vele minderjarige meisjes en hen gevraagd seksuele handelingen te verrichten. De politie heeft hem kunnen oppakken nadat de ISP zijn gegevens had verstrekt. Hij is er vanaf gekomen met een waarschuwing, terwijl de politie het aanvankelijk “zeer zorgelijk” vond. De familie Mackenbach heeft hier (terecht) kritiek op geuit: “Hij heeft alleen een waarschuwing gekregen! Dat deze man een waarschuwing krijgt!? In andere landen worden er wel andere maatregelen genomen. Nou ja, we leven nou eenmaal in Nederland. Het is niet anders.” (Bron: CopsInCyberspace.wordpress.com) In dit voorbeeld is de dader via internet of, specifieker, via een ISP opgespoord én levert het internet het bewijsmateriaal voor zijn vervolging op. Hij heeft immers digitale sporen achtergelaten die bruikbaar zijn in een strafrechtelijk proces. Internet speelt hier een hoofdrol in de berechting van de dader. Voortvluchtige update Facebook account Craig ‘Lazie’ Lynch (28) moest zeven jaar gevangenisstraf uitzitten vanwege een overval met geweldpleging. Blijkbaar had hij er genoeg van en ontsnapte in september 2009. Vanaf dat moment heeft hij zijn Facebook account regelmatig geüpdatet – dit is de juiste spelling ondanks tegengeluiden. Hij schreef over van alles en nog wat en liet plagerige berichten jegens de politie achter, zoals “Waarvoor worden ze eigenlijk betaald, die agentjes”. Dit leverde hem 3.800 vrienden en fans op die hem o.a. “slimmigheden” vertelden over hoe je het beste uit handen van de politie kunt blijven. De Facebook pagina veranderde als het ware in een ondergrondse website. Hem traceren via een IP-adres is lastig aangezien het telkens veranderde. De politie verzocht zijn online vriendenkring om informatie door te spelen die tot zijn aanhouding zou kunnen leiden. Tevergeefs. Uiteindelijk werd zijn Facebook account desgevraagd gesloten en is de dader nog steeds voortvluchtig. (Bron: CopsInCyberspace.wordpress.com) In dit laatste voorbeeld is de dader (nog) niet opgespoord, omdat hij – anders dan de voorgaande daders – technische trucjes uithaalde om te voorkomen dat hij zou worden getraceerd via zijn IP-adres. Dit laat een ander beeld zien dan het beeld dat is geschetst in de voorgaande voorbeelden: de crimineel met een beetje technische kennis is veel ongrijpbaarder dan de crimineel die dergelijke kennis “ontbeert”. Voorkomen van een misdrijf vs privacy In deze vier voorbeelden gaat het uiteindelijk om een afweging: is het belang van het voorkomen of bestrijden van een misdrijf gewichtiger dan het privacyrecht van de vermoedelijke dader? In alle voorbeelden prevaleert het eerste belang. Dit zijn echter flagrante gevallen. Er moet niet uit het oog worden verloren dat die afweging wel moet worden gemaakt en dat het privacyrecht niet “te snel” wordt voorbijgegaan. Een soortgelijke discussie speelt zich ook af bij het spionagekastje van Eurlings. Het kastje leidt namelijk tot een forse privacyschending. Het politiële apparaat is immers in staat om op ieder moment van de dag te zien waar iemand zich bevindt. Bovendien, doordat het kastje niet helemaal wordt opengesteld aan de gemeenschap (maar wel open source is, want van IBM) is de beveiliging niet zo goed als dat het zou kunnen zijn als het wel wordt opengesteld aan de open source community. Maar dat is een onderwerp voor een andere blogpost (en daarmee eindigt deze bijdrage verrassend genoeg met een cliffhanger). Geschreven door A.M.C.S. Katoen (LISA lid). |
|









